Bildts niet tussen Biangai en Bhunjia, maar eigenzinnig bovenop ’t paviljoen

1806-bildtse-plaat-op-taalpaveljoenAfgelopen weekend was de aftrap van Lân fan Taal: het universele taalprogramma van Kulturele Hoofdstad 2018. In Obe, het taalpaviljoen op het  Oldehoofsterkerkhof, zijn liefst 6720 talen present in een kunstwerk. Alleen het Bildts, dat schitterde door afwezigheid. Lang duurde dat niet, want paviljoenbouwer Lont stak daar een stokje voor. Het Bildts is nu ook aanwezig, op heel karakteristieke wijze: wat dwars, want niet warmpjes bij de rest, maar buiten, bovenop het  paviljoen.

Door Gerard de Jong - De 6720 blokjes nodigen uit om vast te pakken, rond te draaien. Op elk blokje in het kunstwerk in Obe, het taalpaviljoen, staat de naam van een taal. Het zijn talen uit elke uithoek van de wereld. Zoals het Biangai, een taal op Papua Nieuw Guinea met zo’n 700 sprekers. Of het Bhunjia, een taal van een  Indiase stam met 2000 sprekers.
De blokjes zijn alfabetisch gerangschikt. Het Bildts had ergens tussen die twee talen moeten hangen. Maar het hing er niet. 
Volgens Siart Smit, de  programmadirecteur van Lân fan Taal, werden alleen erkende talen opgenomen in het werk. Het Bildts – net zoals het Hylpers, het Franekers, het Amelanders en ga  zo maar door – horen daar strikt genomen niet bij. En alle niet-erkende talen, dialecten, mengtalen opnemen: daar was geen beginnen aan. Dat kon Jetze Lont  niet over zijn kant laten gaan. Lont is directeur  van het Bildtse bouwbedrijf dat het paviljoen uit de grond stampte.
Toen hij erachter kwam dat het Bildts niet present  is in het paviljoen, nam hij het heft in eigen hand. Bovenop het paviljoen liet hij een plaat schroeven: ‘Die’t syn aigen taal fersmyt, raakt syn diepste wezen kwyt.’
Smit vatte het sportief op en waardeert de actie van Lont. “It seit ek wat oer it taalstatusferhaal. As jo ien kear in status hawwe, hoe lyts as in taal ek is, dan reitsje jo it nea mear kwyt, al soene jo it wolle. Hawwe jo gjin status dan moatte jo himel en ierde bewege om der ien te krijen. Dat is wolris krom. As dit dy diskusje oanwakkert  fyn ik dat allinnich mar goed.”

Bildtse Post