Nieuws

De week van zorgondernemer Gea Oevering (slot)

‘Bedankt voor het vertrouwen, de steun en het lezen!’

Door de redactie van de Bildtse Post

Gea Oevering hield de afgelopen vier maanden een ‘corona-dagboek’ bij voor deze krant, over het wel en wee bij NBS De Parrebeam in St.-Annaparochie. Vandaag is het slot van de reeks, en kijkt ze terug op de afgelopen tijd, én vooruit.

Gea Oevering

Tijdens een weekje vakantie proberen we weer even de rust te zoeken, weer even genieten van de natuur, van elkaar van je gezin én… genieten we van de rust! Varend op de Reeuwijkse Plassen maar ook in de rest van onze vakantie, gaan je gedachten toch vaak terug naar de laatste weken. Weken waarin je zoals eerder omschreven, steeds maar doorgaat, doorwerkt op adrenaline. Nu in de rust gaan je gedachten toch vaak terug naar de afgelopen maanden. Er zijn mij drie dingen vooral bijgebleven:

1) Iedereen gezond: Bóvenal ben je verschrikkelijk blij dat het zo goed is gegaan met onze bewoners. Vooral niet ziek geworden maar ook niet vereenzaamd. Zoals een familielid ook zei: " Wat zien ze er goed uit, ze hebben nog de twinkeling in hun ogen. De meesten zijn ook lekker gebruind.”

2) Bijzondere band: Ook was ik erg verrast door de bijzondere onderlinge band die er ontstond. Dat we door deze tijd veel meer met elkaar, als personeel en bewoners, konden bespreken. Iedereen zat redelijk in hetzelfde schuitje. En ook personeel bleef soms gewoon langer of kwam extra, ook om de reden dat ze thuis ook niet veel konden. Zat er iemand eens even doorheen dan hadden we hier begrip voor maar meestal na een gesprekje of grapje was het weer goed.

3) Drukte én irritaties: En (helaas) natuurlijk was er de (achteraf) onmenselijke drukte en extra tijd én ook de irritaties. Echt verbazend hoe bepaalde mensen ons hun mening kenbaar maakten, ons beschuldigden, ons zagen als bedenker van de maatregelen, ons… Ach laat maar. Zelfs nu in onze vakantieperiode word je genoodzaakt om toch nog volop met De Parrebeam bezig te zijn. En dan kun je zeggen dat dit ook nog aan de Corona-tijd ligt maar toch zou het niet moeten.

 

Als ik terug kijk op deze hele periode denk ik bij bovenstaande terug aan:

• De angst in de eerste weken. Het besef van de ernst van de situatie. Het gevoel van dreiging dat vanuit Brabant op je af komt.

• Ook angst voor jezelf maar ook je personeel, om door je werk het virus te krijgen en dit door te geven aan je gezin, je familie. Waar stel je het personeel aan bloot?

• En dan, ja dan moeten wij voor De Parrebeam, die altijd voor iedereen haar deuren open heeft te staan, eerst bezoektijden instellen. En dan ook nog het bizarre besluit nemen om de deuren te sluiten!

• Het moment dat het leek dat een bewoner het virus had. Toen liep ik echt met trillende benen richting het appartement. En dan ben je ontzettend blij als je merkt dat het niet zo is maar je bent er ook direct “doorheen”. Ik weet nog dat ik dacht: “Als het nu komt dan gaan we ervoor!”, “Dan zijn we er voor de bewoners” en “Goed beschermd moet het lukken”.

• De verbazing en irritatie dat sommige mensen echt niet wilden inzien hoeveel extra drukte de maatregelen veroorzaakten.

• Het leven op adrenaline, steeds maar voor iedereen klaar staan en/of steeds maar dingen bij voorbaat regelen zodat iedereen verder kan, steeds maar toezien op en ingrijpen als. Steeds maar vragen hoe het met iedereen gaat. Steeds maar… Eigenlijk gewoon logisch dat je een paar keer met de neus op de feiten werd gedrukt dat dit zo niet door kon gaan.

• Het besef dat je, voor je eigen bestwil, zélf moet ingrijpen, je grenzen moet aangeven, aan de rem moet trekken, omdat je gewoon anders niet met rust gelaten wordt. Veel mensen verwachten gewoon dat je, als het hen uitkomt wel even te woord staat, dat je wel even iets regelt, dat je dezelfde dag nog even dingen op papier zet en mailt, dat je genoeg tijd hebt om even te overleggen, dat je overal zelf navraag moet doen, dat je ondertussen de boel ook draaiende houdt, de regels rondom versoepeling goed toepast, dat je voor genoeg voorraad zorgt enz. En hoewel je graag voor iedereen klaar wilt staan, wilt helpen en iedereen tevreden wilt houden: De rem moest erop! Meer tijd voor jezelf en vooral rust!

• De verjaardagen van de bewoners, waaraan we toch extra tijd wilden besteden zodat ze toch nog een mooie dag hadden. En de prachtige uitspraak van een jarige: "zo'n verjaardag heb ik nog nooit meegemaakt". Hoe ..waar. Of een andere bewoonster die je, met tranen in haar ogen, je vast pakt en alleen maar kan uitbrengen: “Bedankt he”!

• De middagen met muzikale bijdrages van verschillende mensen waarin de bewoners hun zinnen even konden verzetten, echt genoten van de muziek, zelfs polonaises werden gedaan. Hoe mooi!

• Hoe moeilijk maar ook achteraf, mooi dat we met z’n allen hebben besloten om als gezin met elkaar om te gaan en de gezamenlijke huiskamer te blijven gebruiken voor gezamenlijke momenten. En dat men wel naar buiten mocht. Dit in grote tegenstelling met bewoners van de meeste verpleeghuizen die alleen op hun kamer moesten blijven of alleen op de gang mochten wandelen.

• De momenten dat de bewoners met de krullers in het haar door de huiskamer liepen, of met de krullers in het haar de aardappels schilden: Gevoel van “Echt een gezinnetje”

• De bizarre maatregelen zoals hekken e.d. die sommige instellingen moesten nemen vooral omdat er mensen waren en nog steeds zijn die de maatregelen, die zélfs het virus maar onzin vinden.

• Het bizarre dat je in bepaalde situaties (bijna) als politieagent op moet treden omdat bepaalde mensen ook bij ons zich niet aan de regels houden

• Nieuwe woorden die in deze tijd ontstaan: “Raam-zwaaien”, “beeldbellen”, “terras-vergaderingen”, “bene-frietjes”

• De algemene waardering voor het zorgpersoneel en acties hiervoor. Maar helaas ook (na veel superdrukke weken en inzet, na gevoel van grote psychische belasting, na twijfel of men in de zorg wil blijven werken, én twijfel of men wel weer zo’n periode aankan) geen loonsverhoging of betere arbeidsomstandigheden. “Het bleef (alleen maar) bij klappen”

• De irritatie, de verontwaardiging, de boosheid van bepaalde mensen die alles maar onzin vonden. Die zelfs “betere” maatregelen bedachten of die steeds maar blijven vragen of af te wijken van bepaalde maatregelen. Maar vooral de manier waarop: hoe bizar! En natuurlijk gaat dat je niet in de koude kleren zitten. En hoewel de meeste anderen dan wel zeggen dat we ons dit niet aan moeten trekken, dat lukt gewoon op een gegeven moment niet meer.

• Het gevoel heen en weer geslingerd te worden omdat je aan bepaalde personen maar moet blijven verantwoorden waarom bepaalde regels zijn genomen of juist waarom niet. (En dan ook steeds maar vragen om voor hen uitzonderingen te maken niet beseffend dat we alles dan weer aan anderen moet verantwoorden.)

• De blijheid dat we eindelijk weer open gaan maar ook direct de spanning en angst die dit weer bij ons en het personeel meebrengt. En hierdoor ook het weer moeten leren genieten van de vrijheid en het open zijn. Vertrouwen krijgen in “het nieuwe normaal”.

• De ontroering die je ziet zowel bij de bewoners, familie als personeel als men elkaar na lange tijd weer ziet, dat alles weer wat vertrouwd begint te voelen en daardoor ook het verlangen naar het gewone. Hoe bijzonder!

• Het besef om zelf ook weer meer te genieten van de mooie momenten!

Maar heel eerlijk overheerst toch ook Dankbaarheid.

• Dankbaarheid dat we allemaal nog gezond zijn.

• Dankbaarheid voor alle kaartjes, bloemen (zelfs rozen die bestemd waren voor het St.-Pietersplein), lekkernijen, knutselwerkjes, handwerkjes die voor de bewoners én ook voor personeel worden gebracht.

• Dankbaarheid voor de bemoedigende praatjes, de belangstellende en bemoedigende gesprekjes met familie en mensen in het dorp, mensen die zo positief reageren op mijn columns.

• Maar last but not least: De dankbaarheid en blijheid én trots met/op ons personeel dat zonder morren extra uren werkt, vrijwillig komt of langer blijft om er voor de bewoners én elkaar te zijn. En als ik het eens moeilijk had even een opbeurend/begrijpend praatje of even een hart onder de riem. Hoe… mooi! Hoe... bijzonder! Hoe…dankbaar!

Ik had nooit verwacht dat mijn columns zoveel zouden worden gelezen, dat zoveel mensen dit zo mooi vonden, dat ik zoveel positieve reacties zou krijgen. Ik deed het graag en met liefde. En ik denk dat het mij ook heeft geholpen om zo nu en dan wat van je af te schrijven.

Ik realiseer me wel dat het virus op de loer blijft liggen. Ik hoop dat er geen grote tweede golf komt. Maar ik hoop dat het daarom lukt om snel een goed vaccin tegen het virus te maken. ”Zolang er geen vaccin is blijft ons gedrag het beste medicijn tegen verspreiding van het virus”. En ik hoop echt dat iedereen zijn verstand blijft gebruiken én er vooral niet té licht over gaat denken.
Eén voordeel: We zijn nu beter voorbereid! En ook denk ik dat deze tijd er ook voor heeft gezorgd dat de onderlinge band verstevigd is, dat we beseffen dat tijd met familie, met je gezin belangrijk is, dat een stukje onthaasten ook belangrijk is. Hoe… waar, hoe… mooi!

Bedankt voor het vertrouwen, bedankt voor de steun, bedankt voor het lezen! Wees voorzichtig en wees verstandig. Maar vooral: Wees er voor elkaar maar wel zoveel mogelijk op 1.5m afstand.

Gea Oevering

Naschrift redactie: Wat spontaan ontstond, tijdens het prille begin van de coronacrisis, is in de weken erna uitgegroeid tot een wekelijks ‘weerzien’ met Gea Oevering in deze krant. Wij danken haar voor het delen van haar eerlijke gedachten en overwegingen over het runnen van een zorgcentrum in coronatijd dat we zo allemaal mochten meebeleven.

Buienradar.nl


Laatste columns



Buienradar.nl