Nieuws

Interview met Nel Mennenga-De Jong

‘Vader had in de gefangenis behoefte an 'n potsy jam en ’n tannebussel’

Door de redactie van de Bildtse Post

Nel Mennenga-De Jong (1937) zag haar vader Jacob de Jong voor het laatst toen ze 7 jaar oud was. Hij werd als verzetsstrijder in 1945 vermalen door de Duitse oorlogsmachine. Het verdriet over zijn dood wordt niet minder nu Nel ouder wordt. Integendeel.

Door Ellen Schat -  Jacob de Jong was een kunstzinnige, fijngevoelige en vredelievende man, zo weet zijn dochter, Stannebuurtster Nel Mennenga-De Jong. “Hij kon heel goed tekene en had feul grafise kunde. Dat sat in de femily, syn broer waar Dirk de Jong fan Drukkerij Van Leer en de Jong. Ons vader, soa't ik him nag altyd op syn Grunnings noem, het nag 't logo foor de Bildtse Post ontwurpen.”

Zelf kent Nel haar vader vooral als een man met zijn neus in de boeken, aan de studie, zodat hij zich kon ontwikkelen. Op zondag maakten ze vaak samen een wandelingetje door Groningen, waar het gezin woonde. Nel toont geëmotioneerd een foto van het tafereel: vader en dochter, hand in hand op straat.

Gaan nou maar gau - Op een septemberdag in 1944 fietst de 7-jarige Nel samen met haar vader en haar 13-jarige broer Gerrit van Groningen naar het Bildt. “Ik waar 'n klain maisy, derom paste ik nag in 't sitsy foorop de fyts”, vertelt Nel.
“Ons moe waar in ferwachting fan ’n poppy, en omdat eerdere befallings moeilik gongen, had se ferlet fan rust.” De kinderen gaan daarom langere tijd logeren bij familie. Gerrit bij oom en tante van de drukkerij, Nel bij ome en tante aan de Ouwe-Dyk. Nel: “Ik had d’r gyn sin an om met myn baide nichys te speulen.” Als vader vertrekt, is het al bijna donker. Sperrtijd dus. “Ik maakte mij sorgen. Gaan nou maar gau, saai ik. Ik hew him nooit meer sien.”

Bonkaarten vervalsen - Het logeren op het Bildt had hoogstwaarschijnlijk nog een andere achtergrond: Jacob en Sjoukje de Jong weten dat de kinderen hier veiliger zijn dan in Groningen. Het illegale verzetswerk dat Jacob doet is namelijk levensgevaarlijk.
Hij drukt illegaal bonkaarten en vervalst stempels op persoonsbewijzen, “'n krekt en moeilik werky”, weet Nel. En van wezenlijk belang, want aan de bonkaarten voor onderduikers na de spoorwegstaking vanaf september 1944 is grote behoefte. Ook plakt Jacob in het donker stiekem pamfletten die oproepen tot staking.

Potje jam en tandenborstel - Op 15 februari stuurt Jacob voor de achtste verjaardag van zijn dochter nog een briefje naar de Ouwe-Dyk. Twee dagen later pakken de Duitsers alle zeven medewerkers van de Groningse drukkerij op. Nel: “Se gongen naar 't beruchte Scholtenhuis en Huis van Bewaring, wer't se marteld binne. Moeder kreeg op 'n dâg fia de ondergrondse te horen wer't vader in de gefangenis behoefte an had: 'n potsy jam en 'n tannebussel. Se het 't ôfgeven bij 't stek, at hij 't kregen het wete wij niet.”

Naar het Bildt - Moeder Sjoukje en baby Atie, die in januari geboren is, ontkomen vervolgens ternauwernood aan de Duitsers. Een koerierster vertelt aan ome Willem, een andere broer van vader in St.-Anne, dat ze hen snel uit Groningen moeten komen halen. De Duitsers gaan het huis leegroven. “De buren hewwe nag 'n paar dingen út 't huus hale kinne, wat skilderijen en boeken, dut leste waar belangryk at vader weer weromkomme sou.” Later zullen buren vertellen dat de straat die dag bezaaid lag met papier. De kinderwagen van Nel stak boven het meubilair op de wagen uit.

Een paar dagen na de arrestatie van haar vader zit Nel aan de Ouwe-Dyk op de uitkijk, turend over de Kadal. Straks zal ze eindelijk haar moeder weer zien. “'t Duurde sòà lang! Ut de auto swaaide se na mij, 't poppy op 'e êrm. Se stapte út, gong d'r in en de deur worde foor myn neus dichtsmeten.” Difterie, zo bleek, dat besmettelijk was. “As kynd begreep ik dut fansels niet.” Moeder woont vervolgens bij verschillende familieleden, af en toe komt ze met de bus op bezoek bij haar dochter. “Wilst met mij met?, vroeg ze dan. “Ik wou eerst niet. Later wel, doe weunden wij bij 'n oom en tante in St.-Anne.”

Een bonbon - Als het Bildt twee maanden later wordt bevrijd, loopt Nel naar St.-Jacob. “'n Kanadees stapt fan de tenk, loopt na mij toe, tilt my op en stopt mij soa 'n bonbon in de mônd!” Ze weet ook nog dat er Limburgse evacués in het dorp zijn, die het Limburgs volkslied zingen. “Moeder most soa freeslik gúlle doe't se dat hoorde.”

En aan het verdriet komt geen einde: 15 juli overlijdt baby Atie. “Ik weet nag dat moeder twivelde at vaders naam in 't overlijdensregister komme most. Wij wisten doe dus nag niet dat vader sturven waar.” Later die maand wordt duidelijk dat Jacob niet terugkomt, hij is 9 mei gestorven in Zweden.

Dysenterie - In de maanden tussen zijn arrestatie en mei 1945 heeft Jacob gruwelijke ontberingen moeten doorstaan. Hij komt terecht in concentratiekamp Neuengamme, waar hij een groene band om de arm draagt met de woorden Torsperre (ter dood veroordeeld). Hij moet ontlasting van opgehangen gevangenen met de handen opruimen en krijgt daardoor dysenterie.

Als de Russen naderen, komt Jacob bij de Oostzee terecht, waar hij met een schip van het Rode Kruis Zweden bereikt. Jacob is zo verzwakt en gebroken dat hij tegen iemand zegt: 'als ik een revolver had, zou ik er nu een einde aan maken.' Hij haalt een ziekenhuisbed in het vrije Zweden, maar sterft drie uren later.

Dapper gedragen - Het gezin is gebroken na het nieuws. Nel voelt zich verantwoordelijk om voor haar moeder te zorgen. Daarom neemt ze bijvoorbeeld liever geen vriendinnetjes van school mee naar huis. Na haar huwelijk met Klaas Mennenga in 1962 ziet ze haar moeder ook nog elke dag. “Ik kyk der heel posityf op werom. Se waar 'n sterke frou en het 't ferlies al met al heel dapper droegen.”

Pas als moeder in 1989 overlijdt, komt vader ineens terug in Nels gedachten. De drang om hem postuum te leren kennen en herdenken groeit. Ze bezoekt daarom samen met haar man Klaas, broer Gerrit en andere familieleden meerdere keren Neuengamme en zijn graf in Oslo, waar hij in 1957 is herbegraven. Ook gaat ze naar het huis in Groningen. “Myn benen trilden helendal doe't ik op de bel drukte. Ik wil d'r nag wel 'n keer hine.”

Zo lang geleden - Nel herdenkt de oorlog en haar vader, bijvoorbeeld door zich te omringen met gedichten, foto's en het hoofdje van vader dat ze als tiener kleide. Met een enkeling praat ze over het verlies. Toen ze vaders levensverhaal jaren geleden eens voordroeg en naar de krant stuurde, voelde ze zich erg gesteund.
Maar ze merkt ook dat velen er niet goed mee om kunnen gaan of onhandige dingen zeggen. “Positive dingen over Dútsers kin ik niet hore. Of mînsen sêge dat 't al soa lang leden is. Maar 't is soa't ôns moeder al 's bij 't grâf saai: al is 't guster gebeurd.”

Jaap de Jong

Jacob de Jong wandelt in Groningen met dochter Nel (1940)

Nel Mennenga-de Jong

Het graf in Oslo, waar Jacob de Jong z’n laatste rustplaats heeft gevonden. Op dezelfde begraafplaats bevinden zich nog een paar graven van destijds omgekomen Nederlanders.

Buienradar.nl


Laatste columns



Buienradar.nl