Nieuws

Limburgs gezin duikt begin 1945 onder bij familie Jensma

‘Wij eten of er geen oorlog bestaat’

Door de redactie van de Bildtse Post

Het Limburgse gezin Storm-Brugman komt in januari 1945 na een zware reis aan bij de boerderij van de familie Jensma tussen St.-Anne en Froubuurt. Eindelijk kunnen ze een  beetje tot rust komen, want hun woonplaats Venlo is maandenlang gebombardeerd. 'We leven nog, schrijft vader Ad, 'maar voor de rest zijn we zo goed als alles kwijt.' Er ontstaat een nauwe band tussen de families, die ook door huidige generaties in stand wordt gehouden.

Door Ellen Schat -  Het verblijf van het Limburgs gezin op een Bildtse boerderij staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van de grootscheepse evacuatie van de gebieden ten oosten van de Maas begin 1945. Ongeveer 30.000 Limburgers komen dan in Friesland terecht. Venlo, de woonplaats van het gezin Storm-Brugman, ligt net als Roermond vanaf september 1944 onder vuur van de Engelsen, die in hun opmars tot de westzijde van de Maas zijn gekomen. 'Soms zitten we meer in de kelder dan boven', schrijft moeder Rie in september 1944 aan haar zus Cor in Amsterdam. Vooral voor haar kinderen van 3 en 1 vindt ze het vreselijk.

En het wordt nog erger: de stad wordt helemaal aan puin geschoten, waterleidingen zijn stuk, de winter is koud en er ontstaan voedseltekorten. De Duitsers kondigen een grootscheepse evacuatie aan om de burgerbevolking weg te krijgen en om sabotage achter de linie te voorkomen.

Helse reis - Het echtpaar Ad Storm en Rie Brugman meldt zich aan voor het eerste transport. Ze lopen met hun peuter Willeke en baby Marcel naar Kaldenkirchen. “Daar stappen ze op een trein en komen via Duitsland Nederland bij Twente weer binnen”, weet hun na de oorlog geboren dochter Marijke Storm. “Het was een zware reis in open veewagons, de sneeuw waaide naar binnen. Om te voorkomen dat geallieerden bommen op de trein gooiden, was er een doek van het Rode Kruis op het dak vastgemaakt. In Enschede kregen ze koffie en luiers, vertelde mijn moeder vroeger altijd”, zegt de in Amsterdam wonende Marijke. Op basis van gesprekken en brieven legde ze familiegeschiedenis in relatie tot de oorlog zeven jaar geleden beknopt vast. Wat haar vooral verbaasde was de mate van organisatie die er ondanks de gevechten, bommen en honger toch nog was.

1500 evacués naar 't Bildt - Het gezin reist verder naar het Noorden en wordt in eerste instantie in Leeuwarden opgevangen. Waarschijnlijk worden ze ontluisd, medisch gekeurd en krijgen ze te eten. Mogelijk blijven ze ook slapen in grote gebouwen die tijdelijk dienst doen als eet- en slaapkwartieren. Vanuit Leeuwarden worden de evacués verder over de provincie verspreid. Speciaal opgerichte comités hebben bij particulieren onderdak gevonden. Ongeveer 1500 evacués gaan naar Het Bildt. Ad en Rie komen met hun kinderen op de boerderij van Jan en Jannie Jensma, aan de zuidkant van de weg tussen St.-Anne en Froubuurt.

Hier hebben ze het naar eigen zeggen uitstekend getroffen, zo schrijft Ad een week na aankomst aan zijn zus. Ze zijn dankbaar dat ze kunnen slapen in een bed, een luxe die ze die winter nog niet hadden gehad, en bij de kachel kunnen zitten. Ook voedsel is er genoeg in het Noorden: 'Wij eten of er geen oorlog bestaat'.

Rust - Bovendien kan het gezin eindelijk tot rust komen. 'Geen bommen en granaten vliegen langs je heen. Je kunt je niet voorstellen wat dat voor ons betekent.' schrijft Ad. De rust die de evacués moeten hebben ervaren kan Douwe Lodewijk, de in Amsterdam wonende kleinzoon van de Jensma's, zich wel voorstellen. “Doe 't ik as kynd op de plaats van pake en bep kwam, fon ik dat ok ‘n oase fan rust. En sij hadden heel wat metmaakt. ‘t Waar foor de femily Storm al waar de oorlog d'r even niet. Hier in ‘t Noorden binne wij fergeten, hoe slim at in 't Súdden waar.”

De ouders van Marijke vertelden haar vroeger vaak hoe prettig, aangenaam en warm ze de tijd op die mooie boerderij hebben ervaren. “Er ontstond een diepe onderlinge waardering en vriendschap, ze konden het gewoon heel goed met elkaar vinden. Ook was er goede samenwerking tussen de gezinnen. Dat laatste omdat mijn ouders ook meehielpen op de boerderij. Dat kan niet anders, het waren echt doeners.”

Zus uit Amsterdam - Als het gezin ongeveer een maand op 't Bildt is, komt er een vrouw op een fiets het erf op rijden. Het blijkt de zus van Rie, Cor, die de hongerwinter in Amsterdam is ontvlucht doordat ze werk kan krijgen bij de groothandel van de Spar in Leeuwarden. Ze heeft de reis naar het Noorden deels per fiets afgelegd en maakte onderweg onder andere een bombardement op Deventer mee.

Van het evacuatiecomité in de Friese hoofdstad hoort ze dat haar zus met haar gezin in Vrouwenparochie is. Op goed geluk fietst ze er naartoe, een tocht die voor haar gevoel uren duurt, zo vertelt ze later aan haar familie. Als ze op een boerenerf een meisje ziet dat op haar nichtje Willeke lijkt en haar naam roept, blijkt het haar ook nog daadwerkelijk te zijn. Marijke: “Wat een ongelooflijk toeval, dat ze elkaar hier weer vonden. Ook zij is warm onthaald door de familie Jensma en is die maanden voor de bevrijding nog vaak langs geweest.”

Terug naar Venlo - Na de bevrijding keert het gezin Storm-Brugman terug naar Venlo, waar een merkwaardige mengeling van chaos en georganiseerdheid heerst. Hun huis is een ruïne, de kelder staat onder water en er zijn veel spullen gestolen. 'In dat opzicht zijn de mensen allemaal hetzelfde, moffen, bondgenoten en Limburgers, er is geen greintje verschil in', schrijft Ad. Toch leeft het gezin niet in wrok, het leven gaat door. In 1948 kunnen ze weer in een huis wonen en later verhuizen ze naar Dordrecht.

Bijzondere band - Al die tijd blijven de gezinnen uit het Noorden en Zuiden bij elkaar betrokken, onder andere door het sturen van brieven en foto's. In september 1947, als Marijke acht maanden oud is, gaan Ad en Rie terug naar Vrouwenparochie. Een moeilijk moment is het overstappen van de drempel, zo weet Marijke uit verhalen, omdat haar zusje Willeke in 1946 is overleden aan een infectie en moeder haar tijdens het vorige verblijf op de boerderij nog bij zich had.

In de jaren tachtig gaat het contact verloren tussen de families, maar in 2012 krijgt Marijke toevallig via een buurman die een relatie heeft met een vrouw uit Sint Anne contactgegevens. Ze belt Tettie Jensma, die twaalf jaar oud was toen de oorlog uitbrak en dus nog veel herinneringen heeft. Marijke: “Meteen was er die bijzondere band. Over de opvang van mijn ouders zei ze, met het langzame noordelijke accent dat ik zo prachtig vind: Dat sprak toch vanzelf, wij hadden het zo goed.”

Marijke en haar zus Margriet raakten vervolgens goed bevriend met Tettie en haar zus Amie. En sinds Tettie in 2018 is overleden spreken Marijke en haar zoon Douwe elkaar regelmatig. Ook hij voelt de band, die als familie aanvoelt. Marijke: “Oorlogen zijn verschrikkelijk, maar het kan soms ook tot onverwachtse ontmoetingen en contacten leiden die anders niet waren ontstaan.”

Ad Storm schrijft een brief vanaf de boerderij aan de Middelweg: ‘Het Friesche volk is ons reusachtig meegevallen.’

Tettie en Amie Jensma in de jaren veertig, op een foto die Ad en Rie Storm-Brugman bewaarden.

Het weerzien van Tettie en Amie Jensma met Marijke Storm in de zomer van 2012.

In september 1947 komt het gezin Storm opnieuw naar de boerderij van de Jensma's.

De boerderij van de familie Jensma in 2012.

Buienradar.nl


Laatste columns



Buienradar.nl